Infero praktijk voor kindertherapie en ouderbegeleiding

Wie is...
Wat is...
Waarom...
Voor wie...
Aanbod
Ouderbegeleiding
Praktische zaken
Werkwijze
Praktijkvoorbeeld
Samenwerkingsverband
Doorverwijzing
Coaching/Studenten
Kosten
 
 

Werkwijze binnen de praktijk:

 

Binnen de praktijk wordt er gewerkt met bestaande en veelal met zelf opgezette methodes. De verschillende methodes hebben elk een ander doel en kunnen vanuit de visie ‘zorg op maat’, voor elk kind aangepast worden. Ook worden methodes aangepast op basis van ontwikkeling en opgedane ervaringen.
Voor de precieze omschrijving van de doelen en de resultaten van de methodes klik op artikelen
(‘de schat van een kind’).

Naast het werken met een methode, is de houding van de therapeut zelf ook belangrijk en kan van invloed zijn op het therapieproces. Er zijn verschillende houdingen die aangenomen kunnen worden, elk met een ander doel.


Methodes die worden gebruikt binnen het werken met uw kind:


Emotiemethode
Gardner, het tegenverhaal
Zelfkennismethode
Verhaalmethode
Thuisondersteuning

Hoe wordt het spel door de therapeute gebruikt binnen dramatherapie:


Het spel als doel of middel
De therapeut als coacher
De therapeut als acteur
De therapeut als gesprekspartner
De therapeut als spiegel

 

Methodes

 

Emotiemethode (Nadine Deekens)

 

Deze methode is voor kinderen waarbij de ontwikkeling in emoties niet (goed) op gang is gekomen of gestagneerd is. Zij kennen bijvoorbeeld geen of weinig emoties, weten deze niet te herkennen, benoemen of te uiten. Het niet durven uiten van emoties behoort ook tot deze methode. Ze raken vast in sociale contacten en zijn regelmatig in conflict met zichzelf en de omgeving daar zij (negatieve) emoties opkroppen en deze in een voor hen veilige omgeving op een niet prettige (bijvoorbeeld boze) wijze uiten.
Door te werken met een map waarin veel voorbeelden staan van emoties kan het kind de emoties langzaam zelf leren herkennen en benoemen. Er worden bijpassende opdrachten gegeven zoals plaatjes zoeken bij de emoties (de herkenning toepassen). Verhalen maken en spelen vormen een belangrijk onderdeel om de geleerde emoties te uiten.
Het resultaat is dat het kind weet wat hij of zij voelt aan het einde van deze methode. Het kind kan emoties herkennen, benoemen en uiten. Het kind zit lekkerder in zijn of haar vel en kan praten over wat hem of haar dwars zit. Sociaal vaardig is het kind gegroeid en kan het beter omgaan met hun omgeving of conflicten om zich heen.

 

Gardner, het tegenverhaal

 

Deze methode wordt bij dezelfde doelgroep gebruikt als bij de emotiemethode. Hij wordt echter voor die kinderen gebruikt die daarbij een vrij korte spanningsboog hebben, veel moeite hebben met het nabespreken van het spel en nauwelijks naar zichzelf kunnen, willen of durven kijken.
Door deze methode leert het kind om via het verhulde* verhaal gedragsalternatieven aangereikt te krijgen en zich deze uiteindelijk eigen te maken. De therapeute maakt samen met het kind een verhaal; nadat het kind het verhaal heeft verteld, vertelt de therapeute zonder het eerste verhaal te bespreken, een tegenverhaal. In dit verhaal biedt de therapeute gedragsalternatieven aan voor de hoofdpersoon van het verhaal (en daarmee voor het kind).

 

* Een verhuld verhaal is een verhaal waarin er niet letterlijk over de problematiek wordt gesproken waardoor het veiligheidsgehalte zeer hoog is.

 

Zelfkennismethode (Nadine Deekens)

 

Deze methode is voor kinderen en jongeren die niet tot nauwelijks kunnen aangeven wie zij zijn, wat ze wel en niet leuk vinden en wat ze voelen. Het niet kunnen aangeven van hun gevoelens is ontstaan vanuit de geringe zelfkennis. Het kind leert door deze methode zijn of haar positieve en negatieve eigenschappen te ontdekken, waar hij of zij toe in staat is en wat de mogelijkheden zijn. Zelfacceptatie is een belangrijk thema. Er wordt met een map gewerkt (‘ik-boek’) waarin vijf onderdelen toegevoegd worden: ‘interesses, uiterlijk, kunnen/handelen, karakter en emoties’. Deze onderwerpen worden op creatieve wijze doorlopen zodat het zelfbeeld omtrent deze onderwerpen opgebouwd en vergroot kan worden.

 

Verhaalmethode (Nadine Deekens)

 

Deze methode is voor kinderen en jongeren die niet in staat zijn tot het laten zien van zichzelf naar anderen toe of in (grote) groepen. Zelfvertrouwen ontbreekt en faalangst is aan de orde. Zij zijn gebaat bij een niet-confronterende werkwijze. Het verwerken van moeilijkheden staat op de voorgrond.
Door te werken met verhalen die het kind zelf vertelt en/of maakt, wordt er gewerkt met het eigen levensverhaal van het kind. Er zijn verschillende mogelijkheden om tot een verhaal te komen. Er wordt gewerkt met een manier die het beste bij het kind past zodat deze niet overvraagd wordt.
Aan het einde van de methode durft het kind zichzelf te laten zien middels het verhaal zelf voor te lezen en/of het presenteren van het verhaal. Het kind durft open te staan voor kritiek en hij heeft (meer) zelfvertrouwen gekregen.

Thuisondersteuning

 

Voor thuis kan er een werkmap geboden worden. In deze map zitten vragenlijsten zodat een kind met de ouder(s) de dag kan doornemen. Er wordt gekeken hoe een dag is verlopen, wat er goed ging en dan kun je jezelf een complimentje geven. Ook wordt er gekeken naar wat er minder fijn was, hoe dat voelde, hoe je gereageerd hebt en of dat goed was. Deze map wordt meegenomen naar de therapie en de incidenten kunnen in de verhalen gebruikt worden om van te leren (verwerking of gedragsverandering).

Ook kan er via ‘stop-denk-doe’ gewerkt worden. Dan krijgt een kind een ‘papieren stoplicht’. Rood is stop, oranje is denken en groen is doen. Het kind leert hierdoor op momenten van boosheid, verdriet of piekeren te stoppen, na te denken en een oplossing te vinden voor de moeilijkheid die zich op dat moment voor doet. U als ouder(s) kunt op dit moment makkelijker ingrijpen, middels het benoemen van het stoplicht.


Gebruik van spel:

 

Het spel als doel of middel

 

Spel (dat kan zijn; rollenspel, verhalen maken en uitspelen, fantasie, visualisaties etc.) kan ingezet worden als doel op zich; spelen brengt het kind plezier, het kind kan een succeservaring opdoen of het spel wordt gebruikt om het kind een ervaring op te laten doen die van belang is voor het proces van het kind. Bijvoorbeeld om te zien dat spelen niet eng is of dat je de ander in spel ook de ruimte mag geven om het spelen fijn te houden. Spel kan ook als middel gebruikt worden; bijvoorbeeld om tot een gesprekje ergens over te komen (‘herken jij iets van het spel of het verhaal?’). Soms durft een kind niet tot spel te komen op de speelvloer en dan wordt er voorzichtig spel, korte verhaaltjes, gezelschapsspel e.d. ingezet aan tafel om een kind op zijn gemak te laten voelen. Het kind kan zelf aangeven wanneer het tot spel op de spelvloer of het maken van eigen verhalen over durft te gaan.

 

De therapeut als coacher

 

Als therapeut kun je verschillende rollen aannemen om een kind te helpen op die manier die voor hem of haar het beste is. Een daarvan is de coacher.
Als coacher heb je een stimulerende houding. Het kind wordt met positieve bekrachtiging gevoed en krijgt tips om tot succeservaring te komen.

 

De therapeut als acteur

 

Als acteur kun je meespelen of juist voorspelen zodat het kind middels imitatie kan leren. Het kan een kind over de drempel halen omdat het ziet ‘dat spelen’ heel gewoon is. Indien een kind bijv. geen verhaal durft te maken, maakt de therapeute het verhaal zodat er toch een verhaal komt en het kind zich niet hoeft te denken dat het niet goed is gegaan.

 

De therapeut als gesprekspartner

 

Naast acteur, is de rol van gesprekspartner ook heel erg belangrijk. Kinderen durven vaak bepaalde dingen niet te zeggen of te vertellen en ze kunnen juist met de therapeute hiermee oefenen.
Binnen spel met kinderen ben je ook veel aan het praten; uitleggen, nabespreken door bijvoorbeeld te vragen of kinderen iets herkennen in het spel. Soms durft een kind niet te spelen en is kletsen of een spelletje doen al eng genoeg.
Door te praten over dagelijks dingen, de mening van een ander te horen over iets, kan een kind ook zijn of haar eigen mening gaan vormen.

 

De therapeut als spiegel

 

Als laatste binnen deze ‘greep uit verschillende houdingen’, kun je als spiegel fungeren; de therapeute laat met het eigen gedrag zien wat het kind doet. Deze ervaart zijn of haar eigen gedrag en kan op basis daarvan het gedrag aanpassen.
Bijv. ook vals gaan spelen, of steeds zeggen ‘ik kan het toch niet’ etc.
Ook kun je met je eigen houding laten zien wat het gewenste gedrag is en door imitatie leert het kind alternatieven voor zijn of haar gedrag te vinden en kan het daardoor veranderen.

 

 

 

©Infero 14.08.2006

Home | Contact | Foto's | Nieuws | Artikelen | Interview | Links | Menu zorg | Menu Ouders