Hoe gaat het in zijn werk?
Telefonisch contact
Wanneer de ouder vragen heeft of het kind wilt aanmelden
voor therapie, dan wordt er eerst telefonisch contact opnemen met de
praktijk. U spreekt dan altijd met Nadine Carter-Deekens. U belt met
0416-663960. Indien u het antwoordapparaat treft, spreek dan uw naam
en telefoonnummer in en dan wordt u teruggebeld. De praktijk is het
beste te bereiken op dinsdag en woensdag.
In dit eerste contact wordt er meteen gekeken of u op de juiste plaats
bent. Indien dat niet het geval is, wordt u doorverwezen. Indien u het
gevoel heeft dat Infero u iets kan bieden, dan wordt er meteen gekeken
door welke therapeut uw kind behandeld zou kunnen worden (Nadine Carter-Deekens
of Aafke Huibers). Dat hangt af van de aanmeldproblematiek en de wachtlijst.
U krijgt na het telefoongesprek, indien er een afspraak is gemaakt
voor een kennismakingsgesprek, een intakeformulier toegestuurd wat ter
voorbereiding op het gesprek dient.
Kennismakingsgesprek met de ouder(s)
De ouder(s) maakt kennis met de therapeute* en de praktijk.
Vragen worden beantwoord (o.a. n.a.v. het intakeformulier), er wordt
verder ingegaan op de problematiek van het kind en er wordt gekeken
hoe het kind het beste geholpen kan worden. Indien de ouder(s) zich
prettig voelt en denkt dat Infero voor hen de juiste plek is, wordt
er gestart met de therapie. Dat begint met een intake.
In het kennismakingsgesprek kan er ook gekeken worden of gezinsobservaties
of gezinstraining en/of ouderbegeleiding van belang zou kunnen zijn
voor het kind en/of gezin.
* Indien het kind door Aafke Huibers behandeld gaat
worden, zijn bij het kennismakingsgesprek zowel Nadine Carter-Deekens
als Aafke Huibers aanwezig.
Intakegesprek met ouder(s) en kind
Met het intakegesprek start de behandeling. In dit
gesprek, dat samen met de ouder(s) en het kind plaats vindt, wordt er
gekeken of het kind kan aangeven welke moeilijkheden hij of zij ervaart
en wat hij of zij zou willen leren. Voor het kind is het fijn als de
ouder(s) er de eerste keer bij zijn en voor de therapeute is het prettig
om de omgang tussen ouder(s) en kind een keer gezien te hebben. Het
kind kan dan mogelijk gemakkelijker aangeven wat hij of zij wil leren
of wat de moeilijkheden zijn.
In enkele gevallen worden ook de broertjes of zusjes uitgenodigd als
dat van belang kan zijn.
N.a.v. het intake wordt er een dossier opgemaakt, bestaande uit:
- aanmeldingsgegevens
- aanvraag verzekering
- brief naar de huisarts
- contract m.b.t. de therapie en gestelde hulpvragen
Na het intake start de observatieperiode.
Observatieperiode
Er worden verschillende observatieopdrachten aangeboden
zodat er gekeken kan worden op welke wijze er om wordt gegaan met emoties,
afwijzing, samenspelen, zelfbeeld, grenzen, initiatief nemen etc. De
opdrachten bieden het kind de mogelijkheid om te laten zien wat hem
of haar er dwars zit. Er wordt gekeken wat het kind laat zien uit zichzelf,
hoe de omgang met materiaal is of met opdrachten van de therapeute en
hoe het contact aangegaan wordt met de therapeute. Er wordt gekeken
waar de interesses en kwaliteiten liggen om deze uiteindelijk te kunnen
benutten in het werken aan de gestelde doelen binnen de behandelfase.
De opdrachten worden op elk kind en elk niveau aangepast zodat er zorg
op maat geboden wordt.
Deze periode bestaat uit 4-6 sessies en wordt gevolgd door verslaglegging
(inclusief behandelplan) en een verslaggesprek met de ouder(s). Daarin
wordt gekeken wat er nodig is voor de cliënt , of de doelen passen
bij de gestelde hulpvragen en of er mogelijk meer nodig is zoals ouderbegeleiding
of ‘broertjes & zusjes-training’.
Ter aanvulling op de observatieperiode, kan er geadviseerd
worden om een onderzoek bij een kinderpsychiater te laten doen zodat
er bijv. duidelijkheid komt over vermoedens met betrekking tot bepaalde
gedragingen. Zo’n onderzoek zit altijd in het ziekenfondspakket
en kan van groot belang zijn voor de richting van de behandelfase. Ook
kan er gekozen worden voor een onderzoek door een orthopedagoge. Of
dit vergoedt wordt is afhankelijk van uw verzekering. U wordt dan verwezen
naar Francis Niesten (zie samenwerkingsverband).
Indien nodig wordt er binnen deze fase contact met
school opgenomen zodat er totaalbeeld ontstaat van het kind. Dat kan
ook gelden voor contact met een doorverwijzer of eerdere hulpverlener.
Gezinsobservatie
Indien er in het intake gekozen is voor een gezinsobservatie,
dan komt de ouder(s) met het gezin naar de praktijk. D.mv. spelopdrachten
en gesprekjes, wordt er geobserveerd hoe de gezinsleden onderling met
elkaar omgaan, hoe de huidige situatie ervaren wordt en wat de moeilijkheden
zijn. Ook kan er via spel ervaren worden wat er nodig is om het weer
prettig te hebben als gezin.
De observatie bestaat uit drie tot vier sessies en wordt gevolgd door
verslaglegging en een verslaggesprek met de ouder(s). Daarin wordt gekeken
of er een gezinstraining nodig is, ouderbegeleiding, ‘broertjes
& zusjes-training’ of individuele therapie.
In sommige gevallen wordt u verwezen naar Sonny de Nijs voor eventuele
gezinsondersteuning indien dat nodig zou zijn (zie samenwerkingsverband).
Behandelfase
In de behandelfase wordt er vanuit het kind gewerkt
(hoe dat het beste gedaan kan worden is reeds geobserveerd). De doelen
zijn afgestemd op wat het kind nodig heeft en de ouder(s) voor zijn
of haar kind wenst. In sommige gevallen kan een kind ook zelf aangeven
wat hij of zij wil leren en dan wordt dat uiteraard meegenomen in het
behandelplan.
Vervolgens wordt er in de behandelfase spel aangeboden passende bij
de doelen. Over de verschillende methodes kunt u meer lezen onder het
kopje werkwijze in het menu.
Naast het volgen van het kind, worden er ook interventies, gekoppeld
aan de doelen, gepleegd zodat de richting naar de doelen bepaald kan
worden. Dat betekent dat er bijvoorbeeld aan een verhaal een rol, een
situatie of een conflict wordt toegevoegd zodat het kind daar iets van
kan leren. Als het kind er aan toe is, wordt het spel ook nabesproken.
Daarin wordt dan gekeken of het kind iets herkent in het spel/verhaal.
Binnen de behandelfase kan er ook, indien nodig en met toestemming
van de ouder(s), contact met school opgenomen worden of onderhouden
worden. Dat kan ook gelden voor contact met een doorverwijzer of eerdere
hulpverlener.
Ook kan blijken dat ouderbegeleiding een belangrijke toevoeging voor
het proces van het kind kan zijn. Ook dit wordt dan met de ouder(s)
doorgesproken.
De behandelfase bestaat uit een traject van negen tot twaalf sessies.
Aan het einde van het traject vindt er verslaglegging plaats.
Verslaglegging
Er wordt vanuit de praktijk een uitgebreide verslaglegging
geboden na de observatieperiode of na een behandeltraject van negen
tot twaalf sessies. Daarin kan de ouder(s) uitgebreid lezen hoe het
proces is verlopen, hoe er aan de doelen is gewerkt, welke lessen het
kind is tegengekomen en welke doelen er al behaald zijn. Dit verslag
wordt indien mogelijk met beide ouders besproken en zo nodig ook met
school.
Het motto binnen de praktijk
- Er wordt zorg op maat geboden.
- Er wordt uitgegaan van uw kind, het kind staat centraal.
- Er wordt uitgegaan van wat uw kind graag wil leren,
- Er worden succeservaringen geboden zodat uw kind zelfvertrouwen
kan opbouwen.
- Er wordt veel aandacht besteed aan sociaal-emotionele ontwikkeling.
- Verwerking is een belangrijk onderdeel om tot gedragsverandering
te komen.
- Samenwerking met u als ouder(s) is een zeer belangrijke werkwijze
binnen Infero.
De inhoudelijke werkwijze kunt u vinden onder werkwijze (in het menu).
|