Praktijkvoorbeeld: Joost en de draak
Er wordt u een zeer uitgebreide casus geboden, zodat
u een volledig beeld krijgt van een proces dat heeft plaats gevonden
binnen de praktijk. Voor deze casus is toestemming van de ouder(s) en
de naam is gefingeerd.
Studenten kunnen zien hoe een casus wordt opgebouwd:
Beschrijving van de cliënt
Joost is tien jaar en zit in groep zeven van het basisonderwijs.
Joost maakt op mij de indruk dat hij vrolijk, lief en rustig is. Dit
wordt herkend door zijn moeder. Ondanks de moeilijkheden die hij meemaakt,
komt hij altijd met een stralende lach binnen. Joost wil graag veranderen,
zich lekkerder in zijn vel voelen. Hij zet zich volledig in voor de
therapie.
Probleemstelling
De ouders van Joost zijn gescheiden. De moeder van
Joost heeft vanwege haar werk onregelmatige werktijden. Als gevolg hiervan
moet Joost, samen met zijn iets oudere zus, regelmatig ’s ochtends
alleen opstaan en naar school gaan. Joost heeft hier veel moeite mee.
Hij ziet de avond van tevoren al op tegen de volgende ochtend en mist
zijn moeder ernstig. Dit uit zich in regelmatig huilen, onzekerheid,
het vermijden van contact met leeftijdsgenootjes en zich snel afgewezen
voelen. Bijkomende moeilijkheid is dat Joost vaak denkt dat nare situaties
aan hem liggen zoals wanneer zijn vader een afspraak afzegt.
Hulpvragen
- Help Joost de scheiding van zijn ouders en het daarbij komende verdriet
te verwerken.
- Help Joost losser van zijn moeder te komen. Met andere woorden;
zijn angst te verminderen en meer te verzelfstandigen.
- Help Joost zelfvertrouwen op te bouwen waardoor hij zich zekerder
voelt en weer contacten met leeftijdsgenootjes aan durft.
Algemene indruk
binnen de therapie
Joost komt aanvankelijk onzeker over. Hij is echter snel gewend
en er ontstaat gaandeweg een vertrouwensband. Joost werkt hard
aan de doelen van de dramatherapie. In het begin van de therapie
uit hij zijn moeilijkheden op symbolische wijze. Joost is er zich
niet bewust van dat het spel over hemzelf gaat. Dit maakt dat
hij in het spel de confrontatie aan durft te gaan met zijn moeilijkheden.
Doelen binnen de therapie
Een doel dient altijd aan te sluiten bij de hulpvragen van het
kind en/of de ouder(s):
- Joost is in staat zijn verdriet te uiten en verwerken binnen
spel
- Joost is in staat tot het aangaan van spel en uiteindelijk
de conflicten binnen spel
- Joost durft zichzelf te laten zien binnen spel en ontwikkelt
zelfvertrouwen
|
 |
 |
Werkwijze
Er gaat met een vaste rol gewerkt worden. Het
is belangrijk dat Joost zich kan identificeren met een rol waarin
hij zich prettig voelt. In deze rol kan hij groeien en zelfvertrouwen
opbouwen. Wanneer hij zich veilig voelt, zal hij confrontaties
durven aangaan. Hij zal met teleurstellingen leren omgaan en deze
kunnen relativeren in plaats van ze alleen op zichzelf te betrekken.
Hierdoor leert hij dus ook om te gaan met kritiek
Samen met mij onderzoekt Joost welke rol hij graag wil spelen.
Nadat het profiel van de rol duidelijk is, bedenken we elke sessie
een ander verhaal waarin de rol iets ervaart of leert betreffende
de gestelde doelen. Joost geeft aan dat hij het erg moeilijk vindt
om te spelen. Daarom kies ik ervoor hem de mogelijkheid te bieden
alleen of samen met mij de verhalen te schrijven en vervolgens
voor te lezen. Gaandeweg stimuleer ik hem dan tot het voordragen
en uitspelen van de verhalen (verhaalmethode).
|
De verhalen worden gerelateerd aan de doelstellingen
(door een ervaring die Joost zelf heeft meegemaakt te vertalen naar
het verhaal). Ik wil graag dat Joost zoveel mogelijk zelf zijn verhalen
verzint zodat hij op eigen tempo kan werken. Wanneer Joost zijn moeilijkheden
vermijdt, intervenieer ik in zijn verhaal om hem te helpen de moeilijkheden
wel aan te gaan (verandering van patronen, eerst binnen de therapie).
Met het vertellen en uiteindelijk uitspelen van de verhalen beleeft
Joost allerlei ervaringen in zijn rol.In het samenspel met mij kan Joost
oefenen om met conflicten om te gaan.
Proces
Joost identificeert zich met een ridder. Aanvankelijk
beseft hij niet dat de moeilijkheden van de ridder zijn eigen
problemen zijn. Joost beschrijft de ridder als angstig; hij durft
weinig, heeft weinig zelfvertrouwen en moet nog veel leren.
De ridder heeft de opdracht gekregen van de koning om de draak
te verslaan die het dorp al eeuwen lastig valt. Als hij deze opdracht
behaalt, dan zal hij koning worden. De ridder durft deze opdracht
echter niet aan. De koning had daarom besloten dat de ridder eerst
mocht oefenen om beter uitgerust te zijn voor de opdracht. à
Omdat Joost zelf het verhaal verzint, maakt hij de wijze van het
overwinnen van zijn angst op deze wijze veilig voor zichzelf.
Dit is het begin van een lang verhaal, dat 20 sessies (5 maanden)
zal duren.
De ridder begint te vechten tegen een nepleeuw en nepridder e.d.
Het zijn machines die aan- en uitgezet kunnen worden door de koning
als het te moeilijk of te gevaarlijk wordt.
Joost vertoont binnen deze opdrachten veel angst en twijfel aan
zichzelf. Ik geef Joost de volledige ruimte en tijd om over te
gaan tot de grote opdracht, wanneer hij deze aandurft.
|
|
Ik beschrijf in dit proces de ontwikkeling
van Joost tijdens het verhaal. Het is wel van belang te weten dat het
leren vertellen en spelen van het verhaal er ook aan heeft bijgedragen
dat Joost zich zekerder ging voelen en daardoor het conflict (samenspelen)
aandurfde.
Joost bedenkt dat de ridder de bescherming nodig heeft
van een harnas. Zonder dit harnas durft hij niet te vechten. Dit harnas
staat voor de hulp die Joost steeds aan zijn moeder vraagt in allerlei
dagelijkse situaties. Dit krijgt hij door en dat is voor hem een moeilijke
confrontatie. Het kost hem moeite om als ridder zonder harnas te vechten
(met als doel ‘zelf dingen oplossen en zelf sterk genoeg zijn’).
Ook dit wordt langzaam afgebouwd en het probleemoplossend vermogen daarmee
opgebouwd.
Joost kan in zijn eigen tempo dit probleem overwinnen. Op het moment
dat het de ridder lukt zonder harnas te strijden, is Joost blij en trots.
Op dat moment is hij thuis op badminton gegaan en durft dit beter zonder
zijn moeder te ondernemen. De ridder/Joost is door het vele oefenen
minder bang geworden.
Parallel aan de verhalen groeide het zelfvertrouwen
van Joost doordat hij steeds beter kon vertellen. Hij dacht dit steeds
niet te kunnen, maar aan het einde van de sessie was hij toch steeds
weer trots op zichzelf. Het vertellen leverde veel plezier op en Joost
kon zich op allerlei manieren in het verhaal inleven. Hij werd steeds
vrolijker en opener!
Uiteindelijk vindt Joost dat de ridder rijp is om de
draak te gaan verslaan. Joost bedenkt een lange tocht voor de ridder
waarin hij van alles meemaakt onderweg om sterker te worden. Hij wordt
zelfs overmoedig en maakt zijn verhalen te eng. Hij klapt daardoor dicht
en is op dat moment onbereikbaar; de confrontatie met zijn nog aanwezige
angst is te groot.
Een achterliggende reden hiervan bleek
te zijn dat Joost zich zorgen maakte over de duur van de therapie. Joost
is erachter gekomen dat de financiële kant van de therapie zwaar
is gaan wegen voor zijn moeder. Daardoor wilde hij gaan ‘opschieten’.
Toen Joost eenmaal wist dat dit opgelost was, deed hij een stapje terug
en gaf de ridder meer tijd om zelfvertrouwen op te bouwen.
De ridder heeft al een hoop overwonnen en na een tijdje
roept Joost een hulpje in, de ridder krijgt een vriend waarmee Joost
het samenspel, kritiek leren aangaan en hanteren kan gaan leren. Halverwege
het proces ontdekt Joost dat hij zelf de ridder is. Hij durft nu de
confrontatie aan en vindt het eigenlijk wel mooi dat hij de ridder is.
Nu ziet hij n.l. pas echt wat hij geleerd heeft, en dat is al heel veel!
De ridder heeft geoefend en hij is klaar voor de grote opdracht; hij
heeft leren vechten, is niet meer bang en hij kan omgaan met kritiek.
Samen met zijn vriend heeft hij een plan opgesteld om de draak te verslaan.
Het lijkt er even op dat Joost op het moment zelf toch nog het conflict
uit de weg gaat. Maar doordat ik hem stimuleer in wat hij al geleerd
heeft, durft hij dan toch echt met hulp van zijn vriend de draak te
gaan verslaan.
Joost besefte dat je niet alles alleen
hoeft te doen en dat je best een foutje mag maken en ook om hulp mag
vragen. Dit geeft Joost een enorme opluchting en het besef dat hij dus
nu geleerd heeft wat hij wilde leren. Hij was klaar met de therapie!
Link naar de dagelijkse situatie
van Joost
Wat ik zojuist geschreven heb, is het inhoudelijke
proces van de therapie en het verhaal zelf. Joost heeft ook thuis veel
gedaan om zich zijn doelen eigen te maken. Hij zag op een gegeven moment
in dat hij zijn vriendjes steeds op een afstand houdt en dat hij zelf
degene moet zijn die het contact weer aangaat. Zo kreeg hij de opdracht
om een keer per week bij iemand te spelen en een keer per week iemand
bij hem thuis uit te nodigen.
Dit klinkt misschien heel simpel, maar Joost moest
een enorme drempel over om naar leeftijdgenootjes toe te gaan. De opdracht
kwam langzaam op gang, maar uiteindelijk heeft Joost het zelfs bijgelegd
met zijn beste vriendje (wat hij dus al die tijd niet gedurfd had).
Naast deze opdrachten werkte ik met een beloningssysteem waarbinnen
Joost leerde met kritiek om te gaan; hij voelde zich bij kritiek steeds
afgewezen en reageerde dan zeer boos. Via de ‘stop-denk-doe-methode’
leerde Joost stil te staan bij zijn boosheid, na te denken over de situatie
en hoe te reageren. Het hielp hem zijn cognities (manier van denken)
te veranderen waardoor hij zich niet meer zo snel aangevallen voelde
en kon luisteren naar kritiek.
Evaluatie van de doelen
Doelen die gesteld waren:
- Joost is in staat zijn verdriet te uiten en verwerken binnen spel.
- Joost is in staat tot het aangaan van spel en uiteindelijk de conflicten
binnen spel.
- Joost durft zichzelf te laten zien binnen spel en ontwikkelt zelfvertrouwen.
 |
Evaluatie:
-
Joost heeft in spel tegenslagen van de
ridder en teleurstellingen een plekje gegeven. Verdriet komt
daar ook bij kijken wanneer de ridder iets niet gelukt was
waar hij wel voor geoefend had. De emoties kwamen in de verhalen
duidelijk naar voren. Gaandeweg de therapie ondervond de ridder
minder tegenslagen en zag ik bij Joost ook het verdriet verminderen.
-
Na een lange tijd van oefenen met verhalen
voorlezen en voordragen, durfde Joost de stap te zetten tot
(samen-)spel. Zo kon hij oefenen met het aangaan van conflicten
(naar Joost vertaalt, leren omgaan met kritiek dat je krijgt
van iemand). In spel heeft hij, na eerst een tijdje van vermijding,
deze conflicten uiteindelijk leren hanteren.
-
Door het voorlezen, voordragen en uitspelen
van de verhalen heeft Joost zich durven laten zien. Het zelfvertrouwen
heeft hij grotendeels ontwikkeld aan de hand van de inhoudelijke
verhaallijn. Zijn opbouw in zelfvertrouwen liep gelijk aan
dat van de ridder.
|
Conclusie
Joost heeft de therapie positief af kunnen sluiten.
Hij heeft al zijn doelen bereikt; hij zit lekkerder in zijn vel, onderneemt
nu meer dan voorheen (zonder zijn moeder) en heeft meer contacten met
leeftijdsgenootjes. Hij voelt zich minder snel aangevallen en kan kritiek
beter hanteren.
Het verhaal en de ridder heeft Joost veel houvast geboden ten tijde
van de therapie en hij heeft voldoende bagage meegekregen/meegenomen
om zelf verder te kunnen gaan.
|