Praktijk voor Creatieve Therapie Drama
Dramatherapie en hoogbegaafde kinderen
‘Het is voor alle doelgroepen en alle leeftijden geschikt’
‘Zonder acceptatie geen verandering’
Volgens de beroepsvereniging Nederlandse Vereniging voor
Creatieve Therapie is dramatherapie ‘een persoonsgerichte behandeling
met als doelstelling om met behulp van dramamaterialen veranderings- en acceptatieprocessen
en ondersteuning te bewerkstelligen bij de cliënt’. Kan dramatherapie
ook ingezet worden voor de begeleiding van hoogbegaafde kinderen? Talent in
gesprek hierover met dramatherapeute Nadine Deekens.
In de praktijkruimte van Nadine Deekens is goed te zien dat aan spel veel aandacht besteed wordt: overal in de hoeken en kasten staan spel- en dramamaterialen opgesteld. Gezeten achter een kop koffie ontpopt Nadine zich als een enthousiaste en gedreven vertelster. Wat is dramatherapie nou precies?
Deekens: ‘Dramatherapie is nog relatief onbekend. Kort gezegd is dramatherapie leren en verwerken via spel. Dramatherapie is één van de vormen van creatieve therapie naast muziek, dans en beeldend. Het is een spelende therapie waarbij fantasie, en ‘het-doen-alsof’ centraal staan. Het kind krijgt de gelegenheid om via spel te laten zien wat hem of haar dwarszit. Via rollenspel, verhalen maken en spelen, werken met teksten en spelmateriaal, hutten bouwen, speloefeningen, schminken et cetera laat het kind zijn innerlijke leefwereld zien. Dramatherapie biedt een veilige plaats om te oefenen in de dingen die het kind in het dagelijkse leven niet kan, mag of durft. Het kind kan in een rol of als hoofdpersoon in een verhaal juist wel die dingen doen, het kan met moeilijke situaties gaan experimenteren. Dramatherapie is een laagdrempelige vorm van therapie. Omdat de verwerking van problematieken via spel verloopt, hoeft een kind niet geconfronteerd te worden met het gegeven dat er iets met hem aan de hand is. Het kind zal ook ervaren dat het binnen dramatherapie geen fouten kan maken en dat het dus een veilige plek is. En als er confrontatie plaatsvindt, dan gaat dat via spel en is het makkelijker daar mee om te gaan’.
Voor wie is dramatherapie eigenlijk geschikt? Nadine Deekens: ‘In principe
is het voor alle doelgroepen en alle leeftijden geschikt. Ik heb me gespecialiseerd
in de doelgroep kinderen in de leeftijd van vier tot twaalf, dertien jaar.
In mijn praktijk gaat het om kinderen die te druk zijn of moeite hebben met
de concentratie. Deze kinderen kunnen via spel leren te structureren, vooruit
te denken en langer met bepaalde dingen bezig te zijn. Er worden kinderen
aangemeld die onzeker zijn en zich daardoor terugtrekken. Het kan gaan om
kinderen die niet lekker in hun vel zitten, maar waarvan de ouders niet weten
wat er precies aan de hand is. Via spel leren zij te vertrouwen op de ander,
durven zij conflicten aan te gaan en bouwen zij zelfvertrouwen op. Kinderen
met een gebrek aan sociale vaardigheden kunnen via rollenspel oefenen met
het opbouwen van sociale vaardigheden. Deze therapieën worden altijd
ondersteund met een gedragstherapeutisch programma voor thuis, dat vanuit
de praktijk wordt aangeboden. Dramatherapie is er ook voor kinderen die niet
kunnen, durven of willen praten over problemen, gevoelens of moeilijkheden.
Zij kunnen via spel communiceren met de therapeut, zodat de verwerking van
de problemen plaats vindt zonder dat het kind het merkt. Als het kind er aan
toe is, kun je via hetzelfde spel wel over het gevoel praten waardoor er bij
het kind inzicht ontstaat in zijn problematieken. Een laatste belangrijke
reden waarom er voor dramatherapie gekozen zou kunnen worden is het gegeven,
dat binnen dramatherapie spel en daarmee fantasie van kinderen ontwikkeld
worden. Met het leren spelen werkt een kind indirect aan het ontwikkelen van
een eigen identiteit door het zich te verplaatsen in een rol. Dramatherapie
biedt dus naast verwerking ook een stukje gedragsverandering en ontwikkeling’.
Als een kind bij je praktijk wordt aangemeld, hoe ga je dan met het kind en
de ouder(s) aan het werk? Nadine Deekens: ‘Ik begin met een intakegesprek
waarin de ouder(s) en het kind de gelegenheid hebben hun verhaal te vertellen.
Er wordt nagegaan of dramatherapie mogelijk een oplossing kan bieden. Als
besloten wordt om de therapie te starten, volgt de observatieperiode. Deze
bestaat uit drie tot vier en maximaal zes sessies. Tijdens de observatieperiode
werk ik met vaste observatieopdrachten, zodat ik een duidelijk beeld van het
kind kan vormen. Door observatie van het spelgedrag kan ik nagaan wat er aan
de hand is, waar loopt het kind tegenaan, waar liggen de interesses. De periode
wordt afgesloten met een observatieverslag waarin de hulpvraag van de ouders
en het kind gekoppeld wordt aan de observaties. Tevens worden er dramadoelen
geformuleerd. Hierna volgt de behandelperiode. In de behandelfase wordt er
vanuit het kind gewerkt, het wordt in zijn of haar verbeelding, beleving en
fantasie gevolgd. Er wordt gekeken waar de interesses en kwaliteiten van het
kind liggen om deze uiteindelijk te benutten in het werken aan de gestelde
doelstellingen. Waar mogelijk worden spel en opdrachten nabesproken om zo
de transfer naar het dagelijkse leven te bevorderen’. Op de vraag of
zij vanuit een bepaalde therapeutische ‘stroming’ werkt, antwoordt
Nadine: ‘Ik maak gebruik van verschillende stromingen, maar het meeste
maak ik gebruik van de gedragstherapie en de psychoanalyse. Ik heb me gespecialiseerd
in het werken met verhalen. Kinderen vertellen door middel van fantasieverhalen
hun eigen ‘levensverhaal’. Dat levert de basis van de therapie.
Er wordt soms gewerkt met bestaande verhalen, maar over het algemeen wordt
er samen met het kind een eigen verhaal gemaakt. Het gaat er om dat het kind
het wie, wat en waar van het verhaal bedenkt, omdat het dan kan bepalen waarover
het verhaal gaat. Het vertellen van het levensverhaal is dan begonnen, van
daaruit wordt het kind gevolgd. Het kind wordt gestuurd via tegenspel van
mij in de richting die voor hem of haar van belang is’.
Is dramatherapie nou ook geschikt voor hoogbegaafde kinderen?
Nadine Deekens hierover: ‘Ja, die is zeker geschikt
voor hoogbegaafde kinderen. Ik heb in de praktijk enkele kinderen van wie
‘officieel’ is vastgesteld dat zij hoogbegaafd zijn, en enkele
kinderen van wie ik vermoed dat zij het zijn. Deze kinderen zaten met zichzelf
in de knoop. Ofwel doordat de ouders op een bepaalde manier met hun hoogbegaafdheid
omgingen, of doordat de leerkracht het niet erkende, of doordat ze geen aansluiting
hadden met hun peergroup. Terugkijkend op de begeleiding van deze hoogbegaafden
hoor ik van hen dat ik veel met hen praat, en voor veel hoogbegaafde kinderen
is dat prettig. Ik ga graag voor inzicht, ik ga voor acceptatie (zonder acceptatie
geen verandering, is mijn visie), ik neem hen serieus en sluit aan bij hun
competenties. Het werken met verhalen spreekt hoogbegaafde kinderen zeer aan.
Binnen het werken met verhalen maak ik soms gebruik van beeldcommunicatie.
Bij deze werkwijze worden thema’s al dan niet geduid, hetgeen inhoudt
dat thema’s verklaard worden naar het kind toe door middel van verwoorden
binnen spel. Het hangt van de situatie en het vermogen van het kind af of
spel verhullend blijft of juist geduid. En bij hoogbegaafde kinderen zie je
vaak dat ze het zinvol vinden dat het spel verklaard wordt, zodat het voor
hen duidelijk wordt wat er aan de hand is. Wat ook goed werkt is gebruik maken
van hun metacognitieve vaardigheden. Denken over het eigen denken, denken
over het eigen handelen, dat vinden ze zalig. Leren kijken naar wat er voorgevallen
is, waarom is het gebeurd zoals het is gebeurd, wat was je eigen aandeel,
heb je een idee wat je er in kunt veranderen’.
Op de vraag wat nu de motivatie is dit werk te doen, antwoordt Nadine: ‘Ik
wil graag kinderen helpen en ondersteunen, elk kind heeft zijn eigen, ,mooie
dingen. Het is veel fijner als je door het leven kunt gaan zonder problemen.
Via dramatherapie kan ik iets betekenen voor de ander, en samen met die ander
kun je het leven mooier maken!’