Infero praktijk voor kindertherapie en ouderbegeleiding , spel therapie

 

 

Artikelen

 

Verhalen; de schat van een kind


‘De zoektocht met het kind naar de persoonlijke schat’
Door Nadine Deekens

Er was eens een elfje dat in de bossen woonde. Zij woonde alleen, ze had geen vader en moeder meer. Vriendjes durfde ze niet te maken. Elke dag voelde zij zich alleen, er was niemand om mee te spelen. Op een dag wilde zij ergens anders haar hutje gaan maken. Ze ging op pad. Na een tijdje, toen ze het veilige deel van het bos had verlaten en het bos al wat donkerder begon te worden, werd het elfje moe. Ze ging even rusten op een tak. He, wat hoorde ze nu, wat gebeurde er?! Elfje werd bang…………..
Dit verhaal zou verder kunnen gaan en het elfje zou het niet makkelijk gemaakt kunnen worden om een plekje te vinden waar ze zich weer fijn zou kunnen voelen. En waarschijnlijk zal ze nog een hoop meemaken voordat ze daar is…….

Inleiding
Verhalen binnen therapie met het kind zijn voor mij de grootste schat. Het is een zoektocht met het kind over bergen en dalen. In elk verhaal ligt een schat verborgen die gevonden wordt. Het kind heeft gestreden en overwonnen; het straalt. Dat geluk, maakt mij gelukkig!
In dit artikel beschrijf ik mijn verhalenmethode en laat ik zien hoe mooi en waardevol het is om met verhalen te werken; wat het met het kind en met jezelf kan doen. Ik geef u een zo volledig mogelijk beeld van hoe en waarom ik met verhalen werk. Hiertoe beschrijf ik mijn methodes, waardoor u kunt zien hoe er met verhalen gewerkt wordt en met welke klachten je met welke methodes kunt werken.
Als eerste beschrijf ik hoe ik zelf tot het werken met verhalen ben gekomen. Vervolgens beschrijf ik ‘de spirit’ van het verhaal, de verschillende methodes die ik hanteer en hoe ik er mee werk. Ik vertel enkele resultaten en beschrijf een casus om het geheel duidelijk te maken.

De weg naar de verhalenmethodieken
Verhalen hebben me altijd al geboeid. Als kind schreef ik al verhalen en op toneel speelde ik ze het liefst. De keuze op de opleiding was snel gemaakt toen ik zag wat verhalen met je kunnen doen. Ik merkte dat het verhaal me liet zien wat ik moeilijk vond en ik werd uitgedaagd om moeilijkheden die ik tegenkwam in een verhaal te verwerken. Tijdens mijn stage van anderhalf jaar, heb ik volop geëxperimenteerd met verhalen. De methodiekontwikkeling is gestart in de verslavingszorg. Ik was verrast wat er uit mensen kan komen, wat er los komt en hoeveel plezier er naar voren komt. De symboliek is altijd weer prachtig.
In mijn eigen praktijk, ben ik het ontwikkelen van de verhalenmethodieken gaan voortzetten en uitbreiden. Steeds als ik een kind aanbied om met verhalen te werken, kom ik een stukje dichter bij de kern; ‘het kind laat me zijn verborgen wereld zien en wijst me de weg naar zijn schat’.

De spirit van het verhaal
Een verhaal raakt me steeds weer. En dan bedoel ik niet het verhaal uit een boek, maar het verhaal dat een kind zelf heeft verzonnen. Een verhaal waardoor een kind zijn angst heeft moeten overwinnen, om het te durven vertellen. Een verhaal waardoor een kind weer naar zichzelf durft te kijken. Een verhaal waardoor een kind ziet dat het meer kan dan hij van tevoren denkt. Een verhaal waardoor een kind heeft geleerd wat het graag wilde leren.
De spirit van het verhaal is voor mij de overwinning van het kind zelf, de herkenning van zichzelf in het verhaal, de kracht die het kind steeds weer heeft om zijn eigen moeilijkheden terug te zien in het verhaal, de veranderingen in het verhaal en de daaropvolgende veranderingen bij het kind. De symbolen in het verhaal openbaren zich vaak op de juiste tijd en de juiste manier.
Het kind bepaalt met het verhaal zijn eigen weg, zijn eigen tempo; het kind nodigt je uit in zijn wereld en wordt vervolgens verrast door de dingen die nog niet zichtbaar waren.

De verschillende methodes
Gaandeweg zijn de hierna beschreven methodes ontstaan. Enkelen zijn afgeleid van reeds bestaande methodes, die ik me vervolgens op mijn manier eigen heb gemaakt. Wanneer dit het geval is, staat dat er uiteraard bij vermeld. De methodes hebben allen als basis het verhaal. Per methode wordt de aandacht op andere doelen gericht.

Emotiemethode
Op wie richt de methode zich?
Deze methode richt zich op het kind waarbij de ontwikkeling van emoties niet (goed) op gang gekomen of gestagneerd is. Hij kent geen emoties en weet deze niet te herkennen, benoemen en te uiten. Het niet durven uiten van emoties (maar wel kennen) behoort ook tot de doelgroep. Het kind raakt vast in sociale contacten en is regelmatig in conflict met zichzelf en de omgeving, daar hij (negatieve) emoties opkropt en in een veilige omgeving op de verkeerde wijze uit. Onderliggende thema’s zijn vaak onzekerheid, angst voor afwijzing en faalangst.
Wat is het doel?
Het doel van deze methode is het kind kennis te laten maken met emoties, deze leren herkennen en benoemen in het algemeen en bij zichzelf, om zichzelf vervolgens te leren uiten.
Hoe wordt er gewerkt?
Er wordt gewerkt met een map waarin veel voorbeelden (naar aanleiding van de padmethode) van emoties in de categorie bang-boos-blij-bedroefd en bodyfeelings gegroepeerd zijn. Naast deze emoties zijn er weekschema’s waarin het kind met de ouder of verzorger dagelijks de dag evalueert; hoe is het gegaan, wat is er gebeurd en wat heb je erbij gevoeld? Het kind kan kiezen uit de emotieplaatjes uit de map zolang hij zelf nog geen emoties kent. De vragenlijsten worden per kind opgesteld, zodat de methode ‘zorg op maat’ levert. Een opdracht voor thuis, behorende bij de map, is het zoeken van plaatjes bij de emotie waarmee op dat moment gewerkt wordt, zodat herkenning gestimuleerd wordt. Als het kind er toe in staat is, mag het thuis een verhaaltje schrijven bij de emotie, zodat het kind de emotie in een context leert plaatsen.
Er wordt in de therapie met een vaste structuur gewerkt:
· Er wordt gestart met het bekijken van de map; hoe is de week verlopen? Welke plaatjes zijn er gezocht en passen ze bij de emotie? Om inzicht te verkrijgen wordt er gevraagd wat er te zien is op de plaatjes.
· Er wordt per aantal weken met een basisemotie gewerkt. Er wordt eerst gekeken hoe de emotie het beste uitgebeeld kan worden: hoe ziet je gezicht eruit, hoe ziet je lichaam eruit bij de emotie?
· Vervolgens wordt er een spelopdracht aangeboden; beroepen uitbeelden met een emotie erbij; klopt de emotie bij wat bijvoorbeeld de bakker doet? Het kind leert hierbij de emotie in een situatie te plaatsen. Oorzaak en gevolg is een aspect binnen deze opdracht.
· Er wordt een verhaal geschreven bij de emotie waar op dat moment mee gewerkt wordt. Het kind leert hierbij een emotie in een bredere context te plaatsen. Afhankelijk van de mogelijkheden van het kind en of de thuissituatie, vindt dat thuis of in de therapie plaats. Het verhaal wordt in de therapie uitgespeeld, zodat het kind leert de emoties in spel te uiten. Durf en zekerheid zijn thema’s die dan aan bod komen.


Wat is het resultaat?
Het kind weet beter wat hij voelt aan het einde van deze vorm van therapie. Hij kan emoties herkennen, benoemen en uiten. Het kind zit lekkerder in zijn vel en kan praten over wat hem dwars zit. Sociaal vaardig is het kind gegroeid en kan het beter omgaan met zijn omgeving en met het maken van contacten. Hij heeft gezien dat hij de emoties beter kan uiten in plaats van opkroppen.

Gardner, het tegenverhaal:
Deze methode heb ik me gaandeweg het werken ermee eigen gemaakt en uitgewerkt tot de volgende vorm. Ervaring met deze werkwijze heb ik opgedaan tijdens de opleiding. De Amerikaanse psychoanalyticus Richard Gardner ondervond tijdens zijn behandeling van kinderen dat zij moeite hebben met het verwoorden van moeilijkheden. “Een kind kan heel moeilijk afstand nemen van zichzelf en relativeren. Ze hebben nog nauwelijks introspectief vermogen en zijn nog niet gewend hun eigen situatie met die van anderen te vergelijken. Zij ervaren hun eigen gedrag niet als problemen en zien de therapeut hetzelfde als de ouders; mensen die het beter weten en zeggen wat je moet doen en laten. Het is duidelijk dat het heel moeilijk is om via gewone gesprekstechnieken erachter te komen wat er met een kind aan de hand is.” Gardner ontdekte dat het vertellen van verhalen een uitstekend hulpmiddel is bij de communicatie en diagnostiek. Zijn techniek (Mutual Storytelling Technique) berust op het vertellen van eigen verzonnen verhalen. “Voor het kind bestaat alleen de context van het verhaal, zonder dat er een vergelijking wordt gemaakt met de werkelijkheid.” Het kind vertelt een eigen verhaal. De therapeut vertelt een “antwoordverhaal, waarin gedragsalternatieven en ideeën geboden kunnen worden die het kind in rechtstreekse vorm nooit zou kunnen of willen accepteren.”

Op wie richt de methode zich?
De doelgroep is hetzelfde als de doelgroep bij de emotiemethode. Deze methode wordt echter gebruikt voor het kind met een vrij korte spanningsboog, dat veel moeite heeft met het nabespreken van het spel en nauwelijks naar zichzelf kan, wil of durft te kijken. Deze methode wordt op dit moment gehanteerd bij een kind met de diagnose pdd-nos en gilles de la tourettes.

Wat is het doel van de methode?
Het kind is in staat om via het verhulde verhaal gedragsalternatieven aangereikt te krijgen en zich deze uiteindelijk eigen te maken. Binnen het werken met het verhaal wordt er ook aandacht besteed aan de emoties, zodat een kind deze in zijn verhaal ook leert herkennen, benoemen en uiten.

Hoe wordt er gewerkt?
Het kind vertelt (indien nodig met hulp) een eigen verhaal. Dit kan door gewoon te vertellen, maar in sommige gevallen is het voor het kind nog veiliger om dit bijvoorbeeld via poppenspel te doen. Nadat het kind het verhaal heeft verteld, vertelt de therapeut zonder het eerste verhaal te bespreken, een tegenverhaal. In dit verhaal biedt de therapeute gedragsalternatieven aan voor de hoofdpersoon van het verhaal (en daarmee voor het kind). Indien mogelijk worden beide verhalen besproken. Dit blijft wel verhuld, de link wordt niet naar het kind gelegd. De verhalen kunnen uiteindelijk nog uitgespeeld worden, zodat het kind de gedragsalternatieven ook letterlijk kan ervaren. Na een tijdje is het kind mogelijk in staat om meteen een eigen goede versie te maken van het verhaal; de gedragsalternatieven zijn geïntegreerd!
Op het moment dat het kind er toe in staat is, kunnen de gedragsalternatieven in het verhaal wel naar het kind toe gelinkt worden. Het kind kan deze dan ook bewust gaan toepassen in zijn verhalen. Indien het kind in staat is om de link naar de dagelijkse situaties te leggen, wordt er gekeken wat het kind doet en hoe hij denkt het anders te kunnen doen; deze aspecten worden dan in het verhaal opgenomen.
Wat is het resultaat?
Het kind is in staat om de gedragsalternatieven uit het verhaal van de therapeut te halen en past deze zelf in zijn verhalen toe. Uiteindelijk is hij zich deze ook zelf eigen gaan maken. Het is het kind gelukt om zich meer te uiten via het verhaal en emoties zijn herkenbaarder en gemakkelijker om te uiten.

Zelfkennismethode
Met de zelfkennismethode leert het kind zichzelf kennen, waarbij de nadruk ligt op het kijken naar jezelf en naar wat je voelt, en leren daar niet meer bang voor te zijn. Het is een methode voor 10 tot 12 jarigen, daar er gevraagd wordt naar jezelf te kijken, in vergelijking met anderen en je omgeving.
Het verhaal komt in deze methode op een brede wijze naar voren. De methode is in ontwikkeling.

Op wie richt de methode zich?
De methode richt zich op het kind dat niet tot nauwelijks kan aangeven wie hij is, wat hij wel en niet leuk vindt en wat hij voelt. Het niet kunnen aangeven van zijn gevoelens is bij dit kind vaak ontstaan vanuit een laag zelfbeeld en onzekerheid. Emoties zijn wel bekend en kunnen ook bij anderen herkend worden, echter niet bij hemzelf. Door de geringe zelfkennis is een passieve houding ontstaan en zijn er weinig sociale contacten (het kind weet vaak niet hoe het deze moet aangaan). Het kind zit hierdoor niet lekker in zijn vel en voelt zich vaak alleen of eenzaam.

Wat is het doel van de methode?
Het kind is in staat tot het leren kennen van zichzelf;
- ontdekken van positieve en negatieve eigenschappen
- ontdekken waar hij toe in staat is en wat zijn mogelijkheden zijn
- uitbreiden van de interesse wereld
- vergroten van de sociale mogelijkheden en daarbij de sociale leefomgeving
Creativiteit en zich leren uiten zijn tevens belangrijk binnen deze methode.

Hoe wordt er gewerkt?
Aan de hand van een korte vragenlijst gericht op drie aspecten, (uiterlijk, karaktereigenschappen en kunnen/handelen) wordt gekeken wat het kind reeds kan aangeven over zichzelf. Eventuele niet kloppende cognities worden hierbij geobserveerd. (Het kind beschrijft zichzelf bijvoorbeeld anders dan hoe hij eruit ziet of ziet zijn handelen anders dan hoe deze in werkelijkheid is).
Bij de uitkomsten van de vragenlijst, krijgt het kind de opdracht om objecten te zoeken in zijn eigen leefomgeving of daarbuiten, waarvan hij denkt dat deze bij hem passen. Deze objecten worden in de therapie besproken en samen met de therapeut worden er thema’s geformuleerd bij de objecten. Deze thema’s vormen de basis van de therapie.
Vervolgens wordt er een werkwijze gezocht die past en goed aansluit bij het kind. Mogelijkheden zijn:
- De thema’s in beeld en of houdingen zetten zodat deze ervaren kunnen worden. Vanuit deze houdingen kan er tot spel worden gekomen.
- Bij de thema’s (en dus ook nog de objecten) wordt een verhaal geschreven, zodat het kind zijn eigen gevoel serieus neemt en in een context plaatst.
- Als het inzetten van het lichaam nog te confronterend is, kan er gekozen worden voor het schrijven van teksten, verhalen of monologen bij de thema’s. Deze kunnen dan uiteindelijk voorgedragen of uitgespeeld worden. De aanloop tot spelen is hierbij langer en er wordt aandacht besteed aan het zichzelf durven presenteren.
- Andere mogelijkheden kunnen samen met het kind bekeken worden; de werkwijze zal altijd aansluiten bij de mogelijkheden en wensen van het kind
Naast deze aspecten wordt het kind gestimuleerd om een hobby e.d. te zoeken. Kwaliteiten en interesses worden verder onderzocht middels het werken met het medium en er wordt gekeken op welke wijze hij zijn sociale wereld kan uitbreiden. Een opdracht hierbij kan zijn dat het kind in zijn omgeving gaat kijken wat anderen doen in hun vrije tijd. Het kan bijvoorbeeld interviews afnemen bij vriendjes, of op internet kijken wat er allemaal voor mogelijkheden zijn (indien nodig onder begeleiding van de ouders). Deze methode wordt uiteindelijk vaak gevolgd door een methode waarbij het kind zichzelf leert te presenteren, middels het werken met verhalen.

Een andere invulling van deze methode is het ik-boek. Vanuit de gedachtegang dat de ontwikkeling van het kind niet op gang is gekomen, kan er samen met het kind een levensloop-boek worden gemaakt. Aan de hand van foto’s, worden de fases van baby tot nu doorlopen. Er worden verhalen bijgemaakt, waarbij de volgende thema’s aan bod komen: hoe was je en hoe zou je graag willen zijn, verkrijgen van een wil, omgaan met je wil en de verwachtingen van de ander, rekening houden met jezelf en de ander en delen.
Ook wordt er gewerkt met hoe het kind zich voelt op het moment. Bij het boze of angstige kind lijkt dit vaak positief te werken, omdat zijn negatieve gevoel geaccepteerd wordt en hij dus mag zijn zoals hij zich op dat moment voelt. Het gevoel wordt minder nadat het een plek in het ik-boek heeft gekregen.

Wat is het resultaat:
Beide werkwijzen staan in de kinderschoenen, maar hetgeen er reeds is gezien, is zeer positief. Het kind leert zichzelf beter kennen en doet vooral meer zelfvertrouwen op. De tijd in de therapie is echt voor hem en hij voelt zich gewaardeerd. Het werken met het ik-boek levert op dat het kind naar zichzelf (en dus ook naar zijn negatieve eigenschappen en emoties) durft en kan gaan kijken en ook dit brengt zelfvertrouwen met zich mee.

De verwerkende verhalenmethode
Op wie richt de methode zich?
De methode richt zich op het kind dat niet in staat zichzelf te laten zien in contact met anderen of in (grote) groepen. Het zelfvertrouwen ontbreekt, het kind is faalangstig en het heeft moeite met het accepteren van de beschreven problematiek. Hij is gebaat bij een niet-confronterende werkwijze. Het verwerken van moeilijkheden staat op de voorgrond.

Wat is het doel van de methode?
Het kind is in staat om zichzelf te durven laten zien middels het schrijven van een eigen verhaal, en kan dit verhaal uiteindelijk presenteren of uitspelen. Binnen het werken met het eigen verhaal is het kind in staat tot het verwerken van moeilijkheden en indien nodig te komen tot gedragsverandering. De aandacht wordt gericht op het verkrijgen van zelfvertrouwen.

Hoe wordt er gewerkt?
De verwerking van de moeilijkheden vindt plaats doordat het kind een eigen verhaal vertelt. Dit verhaal laat het levensverhaal zien; ‘het kind laat me zijn verborgen wereld zien en wijst me de weg naar zijn schat’.
Er zijn verschillende mogelijkheden om tot een verhaal te komen:
- Het Om-en-om verhaal´; het kind begint met het vertellen over wie en waarover het verhaal gaat. Om de beurt vertelt hij en de therapeut een stuk verhaal. De therapeut kan in zijn stukjes therapeutische interventies plaatsen.
- Het ´Vraag- en antwoordverhaal´; als het kind niet in staat is om zelf tot een verhaal te komen, kan de therapeut middels vragen te stellen hem een verhaal laten vertellen.
Het verhaal blijft verhuld, totdat het kind in staat is zelf de symboliek te zien en te verklaren.
Gedragsverandering vindt plaats op het moment dat het verhaal als middel en niet als doel (zoals bij verwerking het geval is) wordt ingezet. Het doel is om het kind tot het presenteren van een verhaal te krijgen. Dit gaat middels een vaste manier:
- voorlezen
- voordragen op verschillende wijzen (er wordt meer aandacht aan intonatie en het uiten van emoties besteed)
- zonder blaadje voordragen
- improviseren bij het verhaal
- vertellen en uitspelen tegelijk
- samen uitspelen
Identificatie met de hoofdpersoon uit het verhaal levert de basis van deze werkwijze.

Wat is het resultaat?
Het kind durft zichzelf te laten zien middels het verhaal zelf en het presenteren van het verhaal. Hij durft open te staan voor kritiek en heeft (meer) zelfvertrouwen gekregen. De emotie of de situatie doe zo moeilijk was, is verminderd. Het kind heeft inzicht in het verhaal en daarmee in zijn eigen problematiek gekregen. Acceptatie heeft plaats gevonden.

De gedragstherapeutische verhalenmethode
Deze verhalenmethode is verder uitgebreid en vindt plaats nadat de verwerking is afgerond.
Op wie richt de methode zich?
Deze methode is geschikt voor het kind dat in staat is naar zichzelf te kijken en in staat is om tot gedragsverandering over te gaan.

Wat is het doel van de methode?
Het doel is het integreren van gedragsverandering bij het kind.

Hoe wordt er gewerkt?
De map met vragenlijsten, waarin het kind zijn dag beschrijft en waarin beschreven wordt of en hoe er een conflict heeft plaats gevonden, wordt ingebracht in de therapie. De thema’s uit de conflicten worden verwerkt in verhalen. Zo wordt er eerst een versie geschreven zoals het conflict heeft plaats gevonden (slechte versie) en vervolgens wordt er een goede versie tegenovergesteld, zodat het kind de gedragsalternatieven ziet. Hier wordt een les uitgehaald en deze wordt door het kind meegenomen naar de thuissituatie. Vaak wordt deze methode ondersteund met een beloningssysteem in de thuissituatie en gekoppeld aan ‘het stoplicht; stop-denk-doe’, om het kind te leren stoppen met boos zijn en nadenken over wat een betere reactie zou zijn.

Wat is het resultaat?
Identificatie met de hoofdpersoon heeft ervoor gezorgd dat het kind de leerdoelen van deze persoon zichzelf eigen heeft kunnen maken. Het kind is in staat zijn moeilijkheden te zien en te herkennen en deze te (durven) veranderen, zowel in de verhalen als in de thuissituatie. De conflicten of het negatieve gedrag zijn verminderd of afgenomen.

`De Ridder en de zoektocht naar zijn schat`
Bij elke methode past een boeiende casus. Ik kies voor deze casus van Joost, omdat er op een mooie manier met verhalen is gewerkt en de symboliek zo duidelijk naar voren is gekomen. Er is gewerkt met eerst de verwerkende en vervolgens de gedragstherapeutische werkwijze.

Beschrijving van het kind:
Joost is tien jaar en zit in groep 7 van het basisonderwijs. Hij maakt een vrolijke, lieve en rustige indruk. Dit wordt herkend door zijn moeder. Ondanks de moeilijkheden die hij meemaakt, komt hij altijd met een stralende lach binnen. Joost wil graag veranderen, zich lekkerder in zijn vel voelen. Hij heeft zich volledig ingezet voor de therapie.

Probleemstelling:
Joost´ouders zijn gescheiden. Zijn moeder is verpleegkundige en heeft onregelmatige werktijden. Als gevolg hiervan moest Joost, samen met zijn iets oudere zus, regelmatig ’s ochtends alleen opstaan en naar school gaan. Joost had hier veel moeite mee. Hij zag de avond van tevoren al op tegen de volgende ochtend en miste zijn moeder ernstig. Dit uitte zich in regelmatig huilen, onzekerheid, het vermijden van contact met leeftijdsgenootjes en zich snel afgewezen voelen. Bijkomende moeilijkheid was dat Joost vaak dacht dat nare situaties aan hem lagen, zoals wanneer zijn vader weer eens een afspraak had afgezegd.

Hulpvragen:
· scheiding van zijn ouders en het daarbij komende verdriet verwerken
· losser van zijn moeder komen; zijn angst verminderen en zelfstandiger worden
· zelfvertrouwen opbouwen waardoor hij zich zekerder voelt en weer contacten met leeftijdsgenootjes aan durft

Algemene indruk binnen de therapie:
Joost komt aanvankelijk onzeker over. Hij is snel gewend en er ontstaat een vertrouwensband. In het begin van de therapie uit hij zijn moeilijkheden op symbolische wijze, waarbij hij zich er niet van bewust is dat het spel over hemzelf gaat. Hierdoor durft hij in het spel de confrontatie met zijn moeilijkheden aan te gaan.

Doelen binnen de therapie:
· verdriet uiten en verwerken binnen spel
· aangaan van spel en uiteindelijk met de conflicten binnen spel
· zichzelf durven laten zien binnen spel en zelfvertrouwen ontwikkelen

Werkwijze:
Het werken met verhalen, zodat Joost zelfvertrouwen kan opbouwen, is de kern van de therapie. Er is gekozen voor de verwerkende en de gedragstherapeutische verhalenmethode.
Samen met mij onderzoekt Joost welke rol hij graag zou willen spelen. We bedenken elke sessie een ander aansluitend verhaal, waarin de rol iets ervaart of leert betreffende de gestelde doelen. Wanneer Joost zijn moeilijkheden vermijdt, intervenieer ik in zijn verhaal. Joost geeft aan dat hij het erg moeilijk vind om te spelen. Daarom kies ik ervoor hem de mogelijkheid te bieden alleen of samen met mij de verhalen te schrijven en vervolgens voor te lezen. Gaandeweg stimuleer ik hem tot het voordragen en uitspelen van de verhalen.

Proces:
Joost identificeert zich met een ridder. Aanvankelijk beseft hij niet dat de moeilijkheden van de ridder zijn eigen problemen zijn. Hij beschrijft de ridder als angstig, zegt dat hij weinig durft, weinig zelfvertrouwen heeft en nog veel moet leren.
De ridder krijgt van de koning de opdracht om de draak te verslaan die het dorp al eeuwen lastig valt. Als hij deze opdracht behaalt, zal hij koning worden. De ridder durft deze opdracht echter niet aan. De koning (Joost) besluit daarom dat de ridder eerst mag oefenen om beter uitgerust te zijn voor de opdracht.
Dit is het begin van een lang verhaal, dat 20 sessies (5 maanden) duurt. “Gebruik wat je hebt geleerd en vertrouw op jezelf dat je het kunt!”, wordt de rode draad van de therapie.

De ridder begint te vechten tegen een ´nepleeuw´ en ´nepridder´; machines die aan- en uitgezet kunnen worden door de koning (Joost) als het te moeilijk of te gevaarlijk wordt. Joost vertoont binnen deze opdrachten veel angst en twijfel.
Ik beschrijf in dit proces de ontwikkeling van Joost tijdens het verhaal aan de hand van de thema’s die naar voren zijn gekomen. Het is van belang te weten dat het leren vertellen en spelen van het verhaal er ook aan heeft bijgedragen dat Joost zich zekerder voelde en het conflict (samenspelen) aandurfde.

Het harnas; Joost bedenkt dat de ridder de bescherming van een harnas nodig heeft. Zonder dit harnas durft hij niet te vechten. Het besef bij Joost dat dit harnas staat voor de hulp die hij steeds aan zijn moeder vraagt, is voor hem een moeilijke confrontatie en het kost hem moeite om als ridder zonder harnas te vechten.
Het moment dat het de ridder lukt zonder harnas te strijden en de eerste stap zet naar een beetje onafhankelijkheid en zelfvertrouwen, draagt er toe bij dat Joost zijn verdriet afneemt en de verwerking plaats vindt.

Zelfvertrouwen; Parallel aan de verhalen groeit het zelfvertrouwen van Joost, doordat hij leert om steeds beter te vertellen en het verhaal uit te spelen. Hij is trots op zichzelf, hij beleeft plezier en hij kan zich op allerlei manieren in het verhaal inleven.
Uiteindelijk vindt Joost dat de ridder rijp is om de draak te gaan verslaan. Hij bedenkt een lange tocht voor de ridder, waarin hij onderweg van alles meemaakt om sterker te worden. Joost wordt overmoedig, maakt zijn verhalen te eng, klapt dicht en wordt onbereikbaar. De confrontatie is te groot.
Hij leek te grote stappen te willen zetten. Door een stap terug te doen, geeft hij de ridder meer tijd om zelfvertrouwen op te bouwen.

Hulp: De ridder heeft al veel overwonnen als hij een vriend krijgt. Hiermee kan Joost leren samenspelen en leren om kritiek te hanteren en aan te gaan. Halverwege het proces ontdekt Joost dat hij zelf de ridder is. Hij durft de confrontatie aan en vindt het eigenlijk wel mooi. Nu ziet hij pas echt wat hij geleerd heeft en dat is al veel! Hij heeft leren vechten, kan omgaan met kritiek en is niet meer bang. Hij is klaar voor de grote opdracht. Met zijn vriend stelt hij een plan op en durft hij de draak te verslaan.
De ervaring van de behaalde opdrachten in het verhaal en de trots aan het einde van het verhaal, laten hem zien zichzelf te vertrouwen en zich minder snel afgewezen te voelen. Hij is klaar met de therapie!

Link naar de dagelijkse situatie van Joost:
Joost begint, nadat hij ziet zelf de ridder te zijn, beter naar zijn thuissituatie te kijken. Hij ziet dat hij zelf vaak een groot aandeel heeft in de dingen die hij moeilijk vind. Meegegeven opdrachten vanuit de therapie, met name gericht op contact maken met vriendjes, ondersteunen hem bij het behalen van de doelen gericht op thuis. Naast deze opdrachten leert Joost met kritiek omgaan middels een beloningssysteem. Joost voelt zich bij kritiek steeds afgewezen en reageert dan zeer boos. Via de ‘stop-denk-doe-methode’ leert Joost stil te staan bij zijn boosheid, na te denken over de situatie en hoe hij (beter) kan reageren. Het helpt hem zijn cognities te veranderen waardoor hij zich niet meer zo snel voelt aangevallen en kan luisteren naar kritiek.

Evaluatie van de doelen:
· Joost heeft in het spel tegenslagen van de ridder en teleurstellingen een plek gegeven. Er kwam verdriet bij kijken wanneer de ridder iets niet gelukt was waar hij wel voor geoefend had. De emoties kwamen in de verhalen duidelijk naar voren. Gaandeweg de therapie ondervond de ridder minder tegenslagen en zag ik bij Joost ook het verdriet verminderen.
· Na een lange tijd van oefenen met verhalen voorlezen en voordragen, durfde Joost de stap te zetten tot (samen-)spel. Zo kon hij oefenen met het aangaan van conflicten (naar Joost vertaalt, leren omgaan met kritiek die je krijgt van iemand). In spel heeft hij, na een periode van vermijding, deze conflicten uiteindelijk leren hanteren.
· Door het voorlezen, voordragen en uitspelen van de verhalen heeft Joost zich durven laten zien. Het zelfvertrouwen heeft hij grotendeels ontwikkeld aan de hand van de inhoudelijke verhaallijn. Zijn zelfvertrouwen liep gelijk aan dat van de ridder.

Joost ging steeds beter naar zichzelf kijken. Hij nam gaandeweg meer de leiding in de therapie en werd daardoor zelfstandiger. Joost was veel bezig met het afscheid, aanvankelijk was hij bang terug te vallen, maar aan het einde van het traject besefte hij dat hij best wel eens een foutje mag maken en dat je altijd hulp mag vragen. Hij was al een hele tijd vrolijker dan in het begin van de therapie en Joost zag bij het afscheid heel duidelijk wat hij had bereikt. Hij was erg trots bij het afsluiten van de therapie.

Conclusie:
Joost heeft de therapie positief af kunnen sluiten. Hij heeft al zijn doelen bereikt; hij zit lekkerder in zijn vel, onderneemt meer dan voorheen (zonder zijn moeder) en heeft meer contacten met leeftijdsgenootjes. Hij voelt zich minder snel aangevallen en kan kritiek beter hanteren. De dramatherapie heeft Joost veel houvast geboden ten tijde van de therapie en hij heeft voldoende bagage meegekregen en meegenomen om zelf verder te kunnen gaan; net als de ridder die zijn schat heeft gevonden. Hij is nu een stoere en zelfverzekerde koning!

Nawoord
Het schrijven over verhalen maakt me meer en meer enthousiast. Het laat me tevens zien dat je er nog heel ver in kunt groeien. De methode die je hanteert, krijgt bij elk kind toch een net wat andere invulling en dat maakt dat je meegroeit en meedenkt met het kind en dus ook met je eigen methodes.
Over het algemeen kan ik concluderen dat het werken met verhalen laat zien dat het kind zijn levensverhaal kan vertellen. Zo vertelde Joost zijn eigen levensverhaal; ‘ik ben te bang om de dingen die ik moeilijk vind zelf te doen, ik ben te bang voor de wereld om me heen, maar ik wil zo graag weer alles durven, ik wil zo graag mijn schat vinden, ik wil zo graag koning worden’.
De casus van Joost en de beschreven methodes vooraf aan de casus, hebben u laten zien dat het werken met verhalen voor Joost heeft geleid tot het verwerken van zijn verdriet, het verkrijgen van inzicht en zelfvertrouwen. Hij was de ridder en heeft mij meegenomen op zijn weg naar zijn innerlijke schat. Hij heeft pieken en dalen meegemaakt en het is hem gelukt om zijn schat te vinden; hij is koning, hij voelt zich weer zeker, durft zijn omgeving te betreden zonder zijn moeder en heeft weer vriendjes.

De auteur
Nadine Deekens is geregistreerd dramatherapeute en heeft sinds 2001 haar eigen praktijk.. Ze is gespecialiseerd in het werken met kinderen in de leeftijd van 4 t/m 13 jaar. Op dit moment staat scholing op het gebied van ouderbegeleiding en het werken met de symboliek van het verhaal centraal in het ontwikkelingsproces van de praktijk.

Engelse Summary
This article describes various methods in which storytelling plays a centrol role to help the child overcomes certain social or behavioural problems. Through different ways of storytelling the child slowly becomes aware of his own situation and is handed ways in how best to dedeal with reoccurring issues. The symbolic meaning in the stories the child tells, reflects his daily situation.
The child reveals his hidden world and shows the therapist the way to his personal treasure. At the end of the process, when the child finds his treasure, problems are overcome and for example self-confidence is regained.

Literatuur:
Het artikel is een ervaringsartikel, wat wil zeggen dat het artikel is opgebouwd aan de hand van opgedane ervaringen tijdens het werken met de kinderen in de praktijk.

Psychologie nr. 9, artikel over Richard Gardner

De basis van het werken met verhalen is terug te vinden bij de denkwijze van Joop Hellendoorn:
Hellendoorn; beeldcommunicatie als speltherapie


 

©Infero 14.08.2006

Home | Contact | Foto's | Nieuws | Artikelen | Interview | Links | Menu zorg | Menu Ouders